20 maart 2002
CHN-koor repeteert hard aan uitvoering ‘Matthäus Passion’

Door: Ellen Stikkelbroeck
Er heerst een Bachcultuur op de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland (CHN). Voor de vijfde keer voert een koor van de Leeuwarder hogeschool een passie op. Na twee keer de Lucas en de Johannes is dit jaar gekozen voor de passie aller passies: Bachs Matthäus Passion .
Onder leiding van Pabo-docenten Harm Witteveen (dirigent) en Diedert Jellema (piano) repeteren ruim negentig (oud-)studenten en medewerkers van de CHN al maanden voor de uitvoering op 27 maart. En dat zijn niet bepaald allemaal mensen die de Matthäus van huis uit meekregen.

,,Er zijn mensen die meezingen uit geloofsovertuiging, maar we hebben ook hotello’s die nog nooit met het bijbelverhaal in aanraking zijn geweest. En zangers van bijvoorbeeld shantykoren en mensen die gewoon graag zingen”, zegt Harm Witteveen. ,,Het is een heel gevarieerde groep”, beaamt Elize Ritzema. De tweedejaars studente van de Pabo zit samen met studiegenote Nynke Leistra in de organisatie van het passiespektakel. Hoewel zo’n 50 procent van het koor al eens eerder meezong met een passie-uitvoering van de CHN, kennen heel wat minder zangers de Matthäus. ,,Bij de sopranen zijn er misschien één of twee die de Matthäus Passion eerder hebben gezongen”, meent Ritzema.
Het koor dat op 27 maart Bachs meesterwerk uitvoert in de Grote Kerk te Leeuwarden is zonder al te veel moeilijkheden bij elkaar gebracht. ,,Oude deelnemers aan van het CHN-koor zijn opnieuw aangeschreven”, zegt Nynke Leistra. ,,En er hingen affiches in school met de oproep voor wie mee wilde zingen”, vult Elize Ritzema aan. Zo’n honderd geïnteresseerden meldden zich aan. ,,Ik denk dat veel mensen dachten: een koor van de CHN, laat ik eens meedoen”, zo zegt Nynke Leistra.
Volgens dirigent Witteveen is men vooral aangestoken door de uitvoering van de Johannes Passion van vorig jaar. ,,En er zijn veel studenten van de Pabo, wat mede te maken heeft met de docenten. Die zeggen: ‘jij hebt een goeie stem, wil je niet meedoen?’ En je hebt dan ouders die zeggen: ‘ben jij gek!’ en d’r zijn ouders die reageren van: ‘o, dat zou mooi zijn’.” Het werkt in ieder geval aanstekelijk binnen studierichtingen. De ene student trekt de ander mee.
Dat ze er eventueel een studiepunt voor kunnen vragen, is volgens Witteveen geen reden voor de studenten om mee te doen. ,,Het zijn beslist geen mensen die het daarvoor doen. Als dat zo zou zijn, dan zou dit het laatste jaar voor de Matthäus Passion zijn.”

Hoogtepunt
Het initiatief voor de uitvoering van passiewerken kwam vijf jaar geleden van Harm Witteveen. ,,Ik ben veel met koren bezig en ik wilde dat er op de CHN meer met cultuur zou worden gedaan. We zijn klein begonnen en het is uitgegroeid tot een traditie”, zegt hij. ,,Je kunt zeggen dat er in vijf jaar tijd een echte Bachcultuur binnen de hogeschool is ontstaan. De directie staat er voor 100 procent achter. Er is veel belangstelling. De studenten die meehelpen met de organisatie krijgen alle medewerking als ze eens een les moeten missen en de CHN steunt het project, dat bijna 16.000 euro kost, ook financieel.”
,,En waarom Bach? Nou, het hoogtepunt binnen het bijbelse gebeuren is toch wel Pasen. Kerst is mooi, maar het hoogtij is Pasen. Door zo’n uitvoering van de Johannes of Matthäus Passion beleef je Pasen dan toch anders. Je beleeft het eerder, leeft er het hele jaar door naartoe.”

Bijbelverhaal
Bij de uitvoering van de passies wordt zoveel als mogelijk uitgegaan van het bijbelverhaal. Om de uitvoering zo krachtig en levendig mogelijk te maken, moeten de zangers de Matthäus wel helemaal bevatten. Ze moeten weten wat ze zingen. ,,We proberen zoveel mogelijk van de achtergrond te vertellen”, aldus Witteveen. ,,Het verhaal en de muziek moeten één worden. We zijn het grootste deel van de repetities bezig met het beleven van de tekst.”
Om de beleving te vergroten, geeft pianist en docent Diedert Jellema regelmatig uitleg bij de bijbeltekst. En dat werkt. ,,Je merkt dat de koorleden zich in kunnen leven”, zegt Ritzema. ,,Ze zijn stil als Diedert Jellema iets uitlegt. Krijgen het idee van: ‘o, zo moet het’.”
Ook de instrumentalisten wordt gewezen op wat er in het bijbelverhaal gebeurt. ,,Bij alle accenten moeten ze weten waar het over gaat”, vindt Witteveen. De dirigent gaat uit van de originele muziek van Bach. ,,We gebruiken geen arrangementen. We willen het zoveel mogelijk doen in de stijl, zoals Bach het ook gedaan zou hebben. Dus mét versieringen en ook door het laten zien van de emoties.” Dat streven is meteen ook één van de moeilijkheden van de uitvoering van de Matthäus Passion. ,,Je speelt met instrumenten van nu, maar het is muziek van toen. Daar moet je dus een verantwoorde mix van maken.”

Uitdagingen
Voor de dirigent waren er meerdere uitdagingen. Want er mag dan een Bachcultuur heersen op de CHN, de Matthäus Passion is toch wel de grootste en moeilijkste passie die Bach schreef. Om die met een samengesteld amateurkoor uit te voeren, kost de nodige energie en moeite. ,,Je begint na de herfstvakantie met repeteren. En dan is het steeds weer een verrassing van: wat heb je? En hoe krijg je één geheel in de koorklank? De deelnemers moeten muziek kunnen lezen, maar de echte vereiste is eigenlijk: inzet. In januari komt een moeilijk moment. In de eerste paar maanden willen veel zangers stoppen. Ze denken: ‘kan ik dit wel?’ Maar als ze doorzetten, dan zie je plotseling de gezichten veranderen. Dan kunnen ze het.”
Van de 102 mensen die startten aan de wekelijkse repetities zijn er nog 93 over. ,,Wie afvallen zijn vaak de mensen die er moeite mee hebben”, stelt Witteveen. ,,Ze hebben het te druk, is dan meestal het argument.”
Hoewel de Matthäus behoorlijk wat van de zangers eist, kwam Witteveen niet echt voor grote problemen te staan. Dat komt door de wijze van instuderen. Alle stukken die technisch heel moeilijk zijn, licht de dirigent er uit. ,,Het eerste half uur van elke repetitie besteden we aan stemvorming en ademtechniek. In dat half uur gebruik ik de moeilijke delen van de Matthäus als inzingstukjes”, vertelt hij. Daardoor worden struikelblokken opgelost. ,,De meeste koormensen vinden bijvoorbeeld Donner und Blitz technisch heel moeilijk. Maar het CHN-koor heeft , door die speciale manier van instuderen, niet dat idee.”
Witteveen meent dat hij er voordeel van heeft dat zijn koorleden veelal niet heel bekend zijn met de Matthäus, in tegenstelling tot bijvoorbeeld leden van oratoriumverenigingen, voor wie Bachs passie vast op het repertoire staat. ,,Deze jonge mensen zijn veel flexibeler. Ze zijn niet gebonden aan bepaalde tempo’s. Dat maakt het makkelijker om met ze te werken.”
Toch is er soms wel discussie tussen dirigent en koor. En dat gebeurt ook met opzet. ,,Ik motiveer wel waarom ik iets op een bepaalde manier wil. Dan zeg ik: ‘kom maar eens met een beter idee!’, zegt Witteveen. ,,Dan moeten we een stukje bijvoorbeeld op twee manieren zingen en dan wordt gekeken welke het beste klinkt”, beaamt Elize. ,,En welke het meest verantwoord is”, vult de dirigent aan.
Zo wilde Witteveen eigenlijk best de laatste twee noten van Bach weglaten. Er is dan immers geen tekst meer en Christus is op dat moment al gestorven. ,,Twee studenten hebben de hele nacht zitten discussiëren en kwamen tot de conclusie dat die twee nootjes Christus laatste knikjes met het hoofd zijn.” De noten bleven dus in takt.
Wat de Matthäus onder meer tot een zwaar stuk maakt, is de aanwezigheid van twee koren. Want naast dat elk koor z’n eigen delen in moet studeren, moet er ook nog één geheel ontstaan. ,,Dat hebben we heel praktisch opgelost. In het ene koor zitten allemaal studenten en medewerkers die in Leeuwarden wonen of die hier op school eten. Met dat koor repeteren we ’s woensdags van half zeven tot half negen. Het andere koor bestaat uit mensen van verderaf. Die komen om half acht en gaan door tot half tien.” Op die manier repeteerden de koren dus elke week één uur samen.’’

Jongenskoor
Bijzonder aan de uitvoering van het CHN-koor is dat de verbindende tussenstukken worden gezongen door een echt jongenskoor. Dat is samengesteld uit leerlingen van de christelijke en katholieke basisscholen in Leeuwarden, met wie de CHN contacten heeft. Vijftien jongens oefenden elke woensdagmiddag onder leiding van Jeroen Post en Sander Torensma, oud-studenten van de Pabo. ,,We hebben bewust niet gekozen voor een bestaand jongenskoor”, stelt Witteman, ,,want we zijn tenslotte een leerbedrijf.”
Voor het begeleidende orkest is een aantal jonge talenten gevonden. Drie daarvan komen van de CHN, de rest komt van buitenaf en zelfs uit het buitenland. ,,Zo is er onder meer een jonge jongen uit St. Petersburg en een meisje uit Bulgarije.” Het zijn studenten van conservatoria of mensen die al enige tijd professioneel bezig zijn. De solisten van de CHN-Matthäus zijn allemaal professionals. ,,Maar het zijn wel heel jonge mensen. Alleen de Evangelist (Jan van Elsacker) en Christus (Serge Novique) zijn doorgewinterde mensen, want die brengen het verhaal.”
Uiteindelijk moet het resulteren in een uitvoering met een frisse, heldere klank. Een inleiding wordt er in de Grote Kerk verder niet gegeven. ,,Het werk en de tekst spreken voor zich.” Het publiek krijgt wel een tekstboekje uitgereikt, met zowel de originele Duitse tekst, als de Nederlandse vertaling. ,,Op die manier kunnen de mensen het nog meer meebeleven.” Want daar is het volgens Witteman en consorten om te doen: het samen, met elkaar beleven van het lijdensverhaal van Christus.
De uitvoering van de Matthäus Passion van Bach door het CHN-koor is 27 maart te zien en horen in de Grote Kerk te Leeuwarden.

Uit: Friesch Dagblad